Tien geboden voor een gezond wereldbeeld (deel 1)

Het nieuws kan overweldigend zijn. Berichten over oorlog, aardbevingen, honger en andere ellende overspoelen je en laten je achter met het idee dat de wereld in brand staat. Als je naar de cijfers kijkt, is er op het gebied van armoede, veiligheid en gezondheid echter een ongelofelijke vooruitgang geboekt.  Sterker nog: we zijn rijker, veiliger, gezonder en slimmer dan ooit.

Waarom weten we dit niet? De bekende Zweedse statisticus en gezondheidswetenschapper Hans Rosling die vorig jaar overleed, beschrijft in zijn boek ‘Feitenkennis‘ de menselijke denkfouten, ofwel ‘instincten’ die daarvoor zorgen. Zijn organisatie Gapminder (nu geleid door zijn zoon en schoondochter) vertaalde ze in ‘Tien geboden voor een gezond wereldbeeld’. Vandaag de eerste vijf: zo blijf  je overeind in de nieuwsstorm!

1. Zie de meerderheid (kloof-instinct)

  • Let op bij: vergelijkingen. In alle groepen, of je het nou hebt over landen of over mensen, zijn er altijd een aantal die er vér bovenuit steken en een aantal die hélemaal onderaan bungelen. De meerderheid zit er meestal ergens tussenin. Er is vaak geen sprake van een kloof; dingen nemen geleidelijk af of juist geleidelijk toe.
    Vaak horen we, bijvoorbeeld, over de ‘kloof tussen arm en rijk’. Er is inderdaad een enorm, gênant groot verschil in inkomen tussen de allerarmsten en de allerrijksten op deze wereld. Maar een kloof is er niet. Verreweg de meerderheid van de wereldbevolking (5 miljard mensen) bevindt zich wat betreft inkomen ergens tussen deze twee uitersten in.

2. Wees berekend op slecht nieuws (negativiteits-instinct)

Informatie over negatieve gebeurtenissen bereikt ons sneller en blijft langer hangen. Dat komt zowel door de focus van media op negatief nieuws, maar het komt ook door ons eigen ‘negativiteitsfilter’. Mensen hebben de neiging om eerder het slechte zien dan het goede. Bedenk dat, ook wanneer het beter gaat, we dat vaak niet horen.

  • Maak onderscheid tussen een niveau (bijvoorbeeld ‘goed’ of ‘slecht’) en een richting van verandering (bijvoorbeeld ‘slechter’ of ‘beter’). Er kunnen twéé waarheden tegelijk bestaan, zegt Rosling. Iets kan zowel slecht zijn, maar óók beter…  Het is slécht dat wereldwijd vier op de honderd kinderen voor hun vijfde levensjaar sterven. Maar het is béter dan 25 jaar geleden, toen nog negentien kinderen op de honderd stierven.
  • Besef: ‘goed nieuws is geen nieuws‘. Door de media wordt goed nieuws bijna nooit gemeld. ‘Nieuws’ is per definitie slecht.
  • Besef: ook geleidelijke verbetering is geen nieuws. Wanneer een trend geleidelijk verbetert, met periodieke dips, is de kans groter dat de dips worden opgemerkt dan de algehele verbetering.
  • Besef: meer slecht nieuws is niet perse meer leed. Meer slecht nieuws kan ook komen door de focus van journalisten op misstanden in de wereld. Het hoeft niet te betekenen dat het ook daadwerkelijk slechter gaat in de wereld.

3. Lijnen kunnen buigen (rechtelijn-instinct)

De aanname dat een lijn gewoon rechtdoor zal blijven gaan, klopt meestal niet. Sterker nog: zulke lijnen zijn in werkelijkheid zeldzaam. Neem als voorbeeld de groeiende wereldbevolking: in de afgelopen eeuw was er een lijn stijl omhoog. Velen vrezen dat die stijging door zal zetten met dramatische gevolgen. Omdat het aantal kinderen per vrouw echter fors daalt (van vijf in 1960 tot 2,4 vandaag) zal die lijn dus ook fors afbuigen.

  • Ga niet uit van rechte lijnen. De meeste trends volgen geen rechte lijnen, maar zijn S-bochten, bulten of dubbele lijnen. Geen enkel kind houdt ooit de groei aan die het in de eerste zes maanden bereikt, en geen enkele ouder zal dat verwachten.

4. Bereken de risico’s (angst-instinct)

Angstaanjagende dingen hoeven niet perse de gevaarlijkste dingen te zijn. We hebben een natuurlijke angst voor geweld, gevangenschap en besmetting die ervoor zorgt dat we risico’s daarvan consequent overschatten. Daardoor lijkt de wereld enger dan hij is.
Zo is het beangstigend dat je bij een terreuraanslag om het leven kunt komen. Onderzoekers hebben echter berekend dat de kans dat je in Europa door een blikseminslag om het leven komt drie keer groter is dan te overlijden bij een terreuractie. Het risico dat je getroffen wordt door een dodelijke hittegolf is 85 maal zo groot. En toch zijn we doorgaans banger voor een terreuraanslag dan voor een hittegolf.

  • Maak een verschil tussen angst en realiteit. Heel bang zijn voor iets is niet hetzelfde als het daadwerkelijke risico dat het in zich draagt. Het is vaak een combinatie van twee dingen: hoe gevaarlijk is het en hoeveel wordt je er aan blootgesteld?
  • Wanneer je bang bent, zie je de wereld anders. Neem zo weinig mogelijk beslissingen tot de paniek is weggeëbd.

5. Zie dingen in verhouding (grootte-instinct)

Getallen (klein of groot) kunnen indruk maken. Pas door te vergelijken krijg je een idee van de werkelijke omvang. Zie de dingen dus altijd in verhouding.
Neem bijvoorbeeld het aantal slachtoffers door natuurrampen in 2017: dat waren er wereldwijd bijna 9100. Dat is een fors getal. Maar per 100.000 mensen zijn het er 0,14, en dat is, vergeleken met andere doodsoorzaken, dus een heel klein percentage.

  • Vergelijken. Grote aantallen zien er altijd groot uit. Enkelvoudige nummers zijn op zichzelf misleidend en zouden je achterdochtig moeten maken. Zoek daarom altijd naar vergelijkingen.
Terug naar de vorige pagina

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten