Aidsfonds moet succes van daken schreeuwen

Moeder in Oeganda ontvangt haar aidsmedicatie. Foto: UnAids

Moeder in Oeganda ontvangt haar aidsmedicatie. Foto: UnAids

Het Aidsfonds stopt haar campagne ‘Ik dood 3 x zoveel mensen als in 1990.’ Eerst meldde de Hiv-vereniging dat hun leden zich ‘niet prettig voelden bij de boodschap’. Vervolgens zette advocaat en hiv-patiënt Oscar Hammerstein het Aidsfonds onder druk met de malle stelling dat het ‘hiv-patiënten ervan beschuldigt 300 kinderen per dag te vermoorden.’ Hammerstein snapt ook niet dat het Aidsfonds door ‘de Nederlandse radio toetert’ dat aids in Rusland fors toeneemt. In Nederland is aids toch onder controle?

Je zou er het Aidsfonds om in verdediging willen nemen. De wereld is wel wat groter dan Nederland. Bij ons werd hiv-aids een chronische aandoening. In Afrika, Azië en Oost-Europa is het nog lang niet zover. Het klopt dat er nu drie keer zoveel mensen sterven aan aids dan in 1990. Toen waren het er 310 duizend per jaar. Nu zijn het er 1,1 miljoen.

Goed om te stoppen

En toch is het goed dat het Aidsfonds met haar campagne stopt. Want er is nóg een waarheid. En die vermeldt de campagne niet. Wereldwijd halveerde de afgelopen tien jaar het aantal sterfgevallen door aids. Waren het er in 2015 meer dan één miljoen, in 2005 waren het er nog twéé miljoen. Het aantal nieuwe infecties begon al eerder te dalen: van 3,5 miljoen in 1997 tot 2,1 miljoen in 2015.

Kennen ze bij het Aidsfonds deze cijfers niet? Welzeker kennen ze die. Zélf leverde het Aidsfonds immers een belangrijke bijdrage aan die dalende besmettingen met hiv en sterfte door aids. Zonder organisaties als het Aidsfonds hadden 18 miljoen mensen nu geen beschikking over aidsremmers, werden er overal ter wereld geen gratis condooms verstrekt of was er geen enorme bewustwordingscampagne van de grond gekomen. Dat de epidemie zo’n tien jaar geleden begon af te nemen, was geen goddelijke interventie. Het waren ontwikkelingsorganisaties die dit voor elkaar kregen.

Dure aidsmedicatie

Maar we zijn er nog lang niet, zo weten ze bij het Aidsfonds. Er duiken nieuwe besmettingshaarden op. Het aantal doden kan zo maar weer gaan stijgen. Met het verstrekken van aidsmedicijnen aan de overige 20 miljoen hiv-besmette mensen wereldwijd, voorkomen we niet alleen nog eens 20 miljoen doden, maar ook een veelvoud daarvan aan besmettingen. Het verstrekken van aidsmedicatie kost echter veel geld. En om dat binnen te halen, vertelt het Aidsfonds ons het halve verhaal.

Het is een strategie die succesvol is op de korte termijn. Ze is echter funest op de lange. Wie niet weet dat het aantal hiv-besmettingen en aidsdoden al jarenlang daalt, zal denken dat al onze inspanningen van de afgelopen decennia verspilde moeite was. Dat met al onze contributies aan het Aids Fonds en Stop Aids Now helemaal niets werd bereikt.

Wachten op de omslag

Organisaties als het Aidsfonds verwachten dat Nederlanders blijven doneren en op dit moment is dat ook nog zo. Maar uit onderzoek naar het geefgedrag van Nederlanders blijkt ook dat we steeds minder geloven dat ontwikkelingshulp effectief is. En dat is verontrustend: we blijven geven omdat we ons moreel verplicht voelen en niet omdat we denken dat we er iets mee bereiken. Het is wachten op de omslag. Waarom zou je immers geven wanneer het toch niets oplevert?

Het Aidsfonds is geen uitzondering. Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, stuurde begin oktober een persbericht rond met de boodschap dat anno 2016 maar liefst 385 miljoen kinderen in extreme armoede leven. Unicef had ook kunnen vertellen dat het er in 1990 nog 900 miljoen waren. Ook had Unicef kunnen melden dat het de drijvende kracht is achter de vaccinatie van honderden miljoenen kinderen en daarmee jaarlijks de levens redt van twee tot drie miljoen van deze kinderen.

Onderwijs en gezondheidszorg

Ontwikkelingsorganisaties zouden van de daken mogen schreeuwen dat mede dank zij hun inspanningen sterfte door hiv-aids, tuberculose of malaria fors dalen. Dat zij ervoor zorgden dat polio op het punt staat te worden uitgeroeid, zoals ze er in de vorige eeuw voor zorgden dat pokken werd uitgeroeid. Op het terrein van onderwijs en gezondheidszorg werd met ontwikkelingshulp enorme successen geboekt. Maar we weten er niets van. Ontwikkelingsorganisaties moeten het ons gaan vertellen.

Dit stuk is 9 december als opiniestuk verschenen in De Volkskrant en is geschreven door Ralf Bodelier

Terug naar de vorige pagina

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten