Het gaat goed met de honingbij en uitsterven doet hij al helemaal niet

Volgens Amerikaans onderzoek waren er nog nooit zo veel honingbijen wereldwijd. En de wilde bijen zijn te redden.

Door Marianne Lamers

‘Red de bij!’ klinkt het al jaren alarmistisch in de media. Want, zo gaat het verhaal,  als de bij uitsterft, gaan ook de gewassen dood en vergaan we met z’n allen. Het alarm heeft effect. Je kunt dit weekend dan ook bijen gaan tellen op de eerste Nationale Bijentelling, je aansluiten bij de bijenbrigade, of bloemen gaan zaaien waar bijen van houden op de Nationale Zaaidag. En dan bestaat er ook nog zoiets als een voedselbank voor bijen van de zogenaamde Pollinators, een actiegroep voor bijen. En o ja, er loopt een Nationaal Honingprogramma bij Wageningen University & Research en begin dit jaar is een ‘Nationale Bijenstrategie’ gelanceerd.

Honingbij belangrijkste bestuiver

Dat is allemaal niet voor niets. Met de wilde bij gaat het inderdaad niet goed: van de 358 in Nederland aangetroffen soorten staan er 188 (56 procent) op de Rode Lijst. Daarvan zijn al 35 soorten uit Nederland verdwenen, 31 soorten ernstig bedreigd, 52 bedreigd, 53 kwetsbaar en zeventien gevoelig.

Slechts een héél klein deel van die 358 soorten bestuiven de gewassen die als voedsel op ons bord terecht komen. Dat is de honingbij. Deze wordt over het algemeen beschouwd als de belangrijkste bestuiver voor landbouwgewassen. En daar gaat het heel goed mee: volgens het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) bereikten we in 2014 zelfs een all time high van honingbijen wereldwijd. Er waren in dat jaar meer dan 83 miljoen gehouden bijenvolken wereldwijd. Dat waren er dertien miljoen meer dan in 2000. In Europa waren het er in 2014 anderhalf miljoen meer dan in 2000.

Aantallen bijenvolken wereldwijd 1961-2013. Bron: USDA

Aantallen bijenvolken in Europa 1995-2014. Bron: USDA

Normale wintersterfte

Er is dus helemaal geen sprake van uitsterven, zegt ook de Wilde bijen.nl, dé website over bijensoorten. Dat heeft vooral te maken met het feit dat honingbijen gedomesticeerd zijn; imkers kunnen volken met honingbijen kweken. Dat gebeurt vaak in grote concentraties, soms wel tientallen tot honderden volken. volken. Deze manier van kweken is overigens niet ongevaarlijk. Er kan dan hetzelfde gebeuren als in de intensieve veehouderij: het uitbreken van verwoestende ziektes. Zo was er een aantal jaar geleden wel degelijk wat  aan de hand met de honingbij; zo lag de zogeheten ‘wintersterfte’ tussen 2006 en 2012 soms twee keer zo hoog  als de gangbare sterfte. Sinds 2013 is de wintersterfte weer genormaliseerd rond de 10 á 15 procent.

Wintersterfte van bijen in Nederland. Bron: Van der Zee 2015. NBV 2017

Bijenverdwijnziekte?

Een groot misverstand echter is als dertig procent van het bijenvolk sterft tijdens de winter, de populatie ook dertig procent kleiner blijft. Dat is niet zo; imkers zijn in staat om hun bijenkasten weer op te kweken met bijen in het nieuwe seizoen, bijvoorbeeld door kasten te splitsen.

Die hogere wintersterfte vond niet alleen plaats in Nederland, ook in de rest van de wereld hadden ze er last van. Honingbijen kregen in 2006 te maken met de ‘colony collapse disorder’, in het Nederlands ook wel de ‘bijenverdwijnziekte’ genoemd. Ze verdwenen alleen niet op mysterieuze wijze zoals de naam suggereert, maar ze gingen dood. Deze sterfte was in 2012 echter weer voorbij.

Pesticiden op nummer elf

Een ander misverstand is de oorzaak van deze verhoogde sterfte. Vaak wordt gesuggereerd dat het komt door het bestrijdingsmiddelengebruik in de landbouw ging, maar het is een combinatie van factoren: ook het management van de bijenhouder speelt mee, net als de beschikbaarheid van voedsel voor de bijen en de aanwezigheid van ziekten en plagen, zoals Amerikaans vuilbroed of de Varroa-mijt.

Michael Burgett, emeritus hoogleraar entomologie aan de Oregon State University en als onderzoeker betrokken bij het bijenrapport van de USDA, vindt het ten onrechte dat jarenlang enkel landbouwers die pesticide gebruikten, werden beschuldigd van de bijensterfte: ‘Als er een toptienlijst is van wat bijenkolonies doodt, zou ik pesticiden op nummer elf zetten.’ Hij legt uit: ‘De landbouwindustrie heeft zo veel verbeterd; wanneer je de pesticiden va nu vergelijkt met wat ze veertig jaar geleden gebruiken, is over het algemeen veiliger voor honingbijen.’ Zijn conclusie op basis van het onderzoek dat hij uitvoerde voor USDA: ‘De honingbij wordt op geen enkele manier in gevaar gebracht.’

Grootste daling achter de rug

Probleem opgelost? Nou, niet helemaal. Feit blijft dat veel wilde bijensoorten nog steeds bedreigd zijn. En ook wilde bijensoorten dragen bij aan de bestuiving van landbouwgewassen. De acht belangrijkste akkerbouwgewassen worden door verscheidene wilde bijensoorten bezocht. In een land als Nederland, waar de aantallen imkers licht dalen, zal de bestuiving door wilde bijen mogelijk belangrijker worden. Bij een afname van wilde bestuivers zouden veel van bestuiving afhankelijke wilde plantensoorten wel eens achteruit kunnen gaan.

Een lichtpuntje is wellicht dat we de grootste daling van wilde bijensoorten alweer achter de rug hebben. Het lijkt er zelfs op dat de bijendiversiteit na 1990 op lokaal niveau licht toeneemt.

Ecologisch beleid

Mogelijk heeft dit te maken met de warmere zomers in de afgelopen twintig jaar. Ook ecologisch beleid in steden zoals Amsterdam doet de wilde bijensoorten en populaties goed. De grootste afname in bijendiversiteit hebben we in ieder geval gehad: die vond plaats in de periode 1970-1989. De lichte toename van bijendiversiteit is echter nog lang niet voldoende om de achteruitgang in de voorgaande decennia te compenseren.

Maar het hoeft helemaal niet moeilijk te zijn om daar iets tegen te doen, zegt Arjen de Groot, ecoloog bij Wageningen Environmental Research, en projectleider van de Kennisimpuls Bestuivers: ‘Met simpele maatregelen als het inzaaien van bloemen en niet alles tegelijk maaien kun je al veel doen voor wilde bijen.’ Toch maar gaan zaaien dus dit weekend. Maar dan alleen voor de wilde bijen. De honingbij heeft weinig hulp meer nodig.

Terug naar de vorige pagina

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten