Kleine goede doelen kunnen tegen een stootje

foto: Marloes Coppes

foto: Marloes Coppes

Kleinschalige vrijwillige ontwikkelingsorganisaties zijn veel taaier dan gedacht. De afgelopen tien jaar is hun aantal blijven groeien, ondanks de economische recessie en het wegvallen van subsidieloketten. Dat constateert wetenschapper Sara Kinsbergen van de Radboud Universiteit Nijmegen na een onderzoek onder bijna 800 van deze ‘particuliere initiatieven’. Woensdag presenteerde ze de eerste resultaten tijdens een jubileumcongres van Wilde Ganzen in Soesterberg. 

Het particuliere initiatief in ontwikkelingswerk is ‘solid as a rock’, zegt Sara Kinsbergen. En zij kan het weten. Al meer dan tien jaar is onderzoeker Kinsbergen gefascineerd door de duizenden landgenoten die vrijwillig de handen uit de mouwen steken voor kleinschalige projecten in ontwikkelingslanden. In 2007 publiceerde ze het eerste grootschalige onderzoek naar deze groep. Nu komt ze met een vervolgonderzoek waaraan bijna 800 organisaties meededen. Het unieke is dat 270 organisaties na tien jaar voor de tweede keer de vragenlijst invulden. Daardoor ontstaat voor het eerst een beeld hoe het deze kleine goede doelen door de jaren heen is vergaan.

Geen averij

De uitkomst was een verrassing, ook voor de onderzoeker zelf. Want de vrees bestond dat het particuliere initiatief de afgelopen tien jaar flink wat averij had opgelopen. Vrijwel alle subsidieloketten voor kleine goede doelen zijn verdwenen. Grote ontwikkelingsorganisaties als Oxfam Novib, Cordaid en ICCO hadden jarenlang een speciaal subsidieprogramma voor particuliere initiatieven. In het topjaar 2006 kregen ongeveer 2000 kleinschalige ontwikkelingsorganisaties geld via deze programma’s. Daarna sloot het ene na het andere loket zijn deuren. In 2015 kregen nog maar 350 kleinschalige ontwikkelingsorganisaties subsidie; Wilde Ganzen is vrijwel het enige nog overgebleven loket.

Sara Kinsbergen. credits: René Nobel

Sara Kinsbergen. Foto: René Nobel

Het particuliere initiatief is echter niet onderuit gegaan. Integendeel zelfs. Kinsbergen constateerde dat het aantal kleine goede doelen sinds de jaren negentig is blijven groeien – in weerwil van de recessie van 2008 en het opdrogen van subsidies. Pas de laatste jaren zwakt de groei ietsje af. Ook lijk het erop dat kleinschalige ontwikkelingsorganisaties niet minder geld ophalen dan tien jaar geleden: ongeveer de helft van hen zat tien jaar geleden krapper bij kas dan nu, ongeveer de helft heeft het nu ruimer dan toen. Organisaties compenseerden het wegvallen van de subsidies met meer donaties van particulieren en meer bijdragen van vermogensfondsen.

18 jaar

Nog een verrassing was de lange levensduur van kleine goede doelen. Kinsbergen stuitte tijdens haar onderzoek op een aantal particuliere initiatieven dat de afgelopen jaren was gestopt. Ze hadden gemiddeld 18 jaar bestaan. De belangrijkste redenen om te stoppen was het wegvallen van de oprichter – soms letterlijk, door diens overlijden. Andere organisaties waren gestopt omdat het doel was bereikt. Een derde reden om te stoppen was gebrek aan tijd en geld, of de leeftijd.

Dat laatste noemt Kinsbergen wel een punt van zorg: de groep particuliere initiatieven was tien jaar geleden al behoorlijk grijs, nu is zij nog wat grijzer. De gemiddelde leeftijd van de vrijwilligers is 53 jaar. Maar al met al, zo concludeert Kinsbergen, blijkt het particulier initiatief tegen en stootje te kunnen en is het een stevige factor in het landschap van ontwikkelingssamenwerking.

Meer resultaten van het onderzoek vind je op de website Unfold Private Development Initiatives.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Spring naar de toolbar