Leidt India de weg naar een stabiele wereldbevolking?

Wereldwijd zijn er op dit moment twee miljard kinderen in de wereld. Rara, hoeveel zullen dat er in 2100 zijn? Drie miljard, vier zelfs? Fout. Het zijn er twee miljard. Precies. Net zo veel als nu.

Hoe dat komt? Dat is vrij simpel: de bevolkingsgroei vertraagt. En dat doet ze steeds sneller. In 1968 kreeg een vrouw nog gemiddeld vijf kinderen. Anno 2018 zijn dat er iets minder dan 2,5. In vijftig jaar is het aantal kinderen per vrouw dus gehalveerd. Waarschijnlijk zal het geboortecijfer de komende jaren verder terug lopen tot ongeveer twee per vrouw. Dan groeit de wereldbevolking niet meer.

Minder baby’s

In 2018, zo verwachten demografen van de Verenigde Naties (VN), worden zelfs minder baby’s geboren dan in 2017. Om precies te zijn:  61.000. En dat is een radicale breuk met alle voorgaande jaren. Tot nu toe werden er ieder jaar méér baby’s geboren.

Dat doet vanzelfsprekend iets met de wereldpopulatie: die groeide in de afgelopen 50 jaar van 3,4 miljard naar 7,6 miljard. Dat was een stijging van meer dan 120 procent. Maar doordat er zoveel minder baby’s worden geboren dan in 1968, ligt de grootste stijging al ver achter ons. De komende vijftig jaar komen er nog zo’n 2,7 miljard bij, zo schat de VN, en dat is een stijging van 35 procent. Na 2100, zo verwacht de VN, blijft de wereldbevolking waarschijnlijk stabiel.

Bevolkingsgroei wereldwijd 1750-2100. Rode lijn: jaarlijkse groei in percentages. Blauw: wereldpopulatie. Bron: Our World in Data

Wereldwijde vooruitgang

De doemscenario’s die sommige wetenschappers in de jaren zestig nog voor ogen hadden over een ongecontroleerde, snelle bevolkingsgroei die zou leiden tot chaos en honger, zijn dus niet uitgekomen. Zo schreef de Amerikaanse milieuprofessor Paul Ehrlich in zijn beroemde boek The Population Bomb in 1968 nog: ‘De strijd om de mensheid te voeden, hebben we verloren. In de jaren zeventig zullen honderden miljoenen mensen verhongeren (…) Er is niets dat een enorme toename in de wereldsterftecijfers nog kan voorkomen.’

Maar Ehrlich kreeg ongelijk. Hongersnoden komen vrijwel niet meer voor, met hoge uitzondering in Afrika. Wereldwijd steeg de levensverwachting van 57 naar 72 jaar. En de kans dat jonge kinderen sterven, daalde met maar liefst 60 procent. Extreme armoede zakte van 50 naar 9 procent, het aantal oorlogsdoden is nog maar een fractie van die in de jaren ’60. En klimaat en milieu staan vandaag bovenaan alle agenda’s.

Schoolvoorbeeld India

Ehrlich deelde in zijn boek in 1968 India nog een hoofdrol toe in de explosieve bevolkingsgroei die hij verwachtte. Maar laat nou net India voorop lopen in de dalende geboortecijfers. In een recent rapport van de VN constateren de onderzoekers dat het vruchtbaarheidscijfer sinds 1980 is gehalveerd: van 5 naar 2,3. En dat ligt net iets onder het geboortecijfer in rijke, Westerse landen waar het bemiddelde aantal geboortes op 2,1 per vrouw ligt.

De daling van het geboortecijfer in India wordt vooral toegeschreven aan de snelle economische groei van het land, maar ook aan investeringen die de regeringen die laatste decennia deed in gezondheidszorg, onderwijs, het tegengaan van armoede en het aanpakken van kindersterfte. Want hoe beter mensen het hebben, hoe groter de kans dat hun kinderen overleven en hoe minder snel ze er nog een kind bij zullen nemen.

Wijlen Hans Rosling, de bekende statisticus, zei het al veel eerder: ‘Het investeren in overlevingskansen van kinderen is de enige manier om de bevolkingsgroei te stoppen.’

 

Terug naar de vorige pagina

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten