Hierom weten we ons steeds beter te beschermen tegen extreem weer

2018 lijkt een rampjaar te worden als het gaat over natuurrampen. Toch zal het waarschijnlijk zo’n vaart niet lopen. Het aantal natuurrampen neemt toe, maar het aantal slachtoffers neemt al jaren af. En niet zo’n beetje ook.

Door Marianne Lamers

Het is me het zomertje wel dit jaar. Europa sleept zich van hittegolf naar hittegolf. Extreme droogte, vissterfte door te warm natuurwater, verslechterde luchtkwaliteit en bosbranden –zelfs in Zweden- zijn het gevolg. Ook buiten Europa was het warm. In Japan en Canada vielen zelfs doden door de hitte.

Ook waren er aardig wat aardbevingen, met die in Lombok nog vers op ons netvlies. Als je dan het aantal orkanen en overstromingen nog meetelt, kan je maar tot één conclusie komen: 2018 wordt een rampjaar wat betreft natuurrampen. En toch zal het zo’n vaart niet lopen. Tenminste, als je naar de cijfers kijkt.

Enorme afname aantal doden

Ook 2017 leek een rampjaar. Kijkende naar de cijfers, dan was 2017 echter één van de jaren met het laagste aantal doden door natuurrampen ooit gemeten. Our World in Data – opgezet door de Duitse econoom Max Roser, verbonden aan de universiteit van Oxford – zette de meest recente cijfers in een overzichtelijke grafiek.

Aantal doden door natuurrampen 1900-2017. Bron: Our World in Data

Hierin zijn alle dodelijke slachtoffers opgenomen die sinds 1900 vielen door álle soorten natuurrampen. Door droogte, overstromingen, orkanen, hitte- en koudegolven, aardverschuivingen, bosbranden, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Het gaat dus zowel om rampen die buiten de mens om gebeuren (vulkanen, aardbevingen) als om rampen waarin de menselijke invloed zichtbaar is (stormen, droogtes: gebeurtenissen die je kunt linken aan klimaatverandering en dus aan menselijke activiteiten.)

Als je kijkt naar het aantal dodelijke slachtoffers door natuurrampen, zie je een een enorme afname sinds 1900, toen dodenaantallen door natuurverschijnselen al snel in de miljoenen liepen. In 2017 stierven 9.066 mensen door natuurgeweld. Cijfers voor 2018 zijn nog niet bekend, maar dat zullen er nooit meer worden dan honderd jaar geleden.

Klimaatverandering

De Amerikaanse wetenschapper Indur M. Goklany constateerde een aantal jaar geleden in dit onderzoek al eenzelfde daling. Goklany concentreert zich op ‘extreem weer’ dat voortkomt uit het klimaat. Dus géén aardbevingen, vulkaanuitbarstingen of tsunami’s. Wél stormen, droogtes, overstromingen en hittegolven. Goklany bekijkt in zijn onderzoek twee dingen: hoe vaak kwam extreem weer voor tussen 1900 en 2010, en hoeveel dodelijke slachtoffers vielen er door extreem weer?

Goklany constateerde dat er tussen 1900 en 2010 inderdaad veel vaker extreem weer voorkwam. Daarmee bevestigt hij dat het klimaat verandert. Vervolgens onderzocht hij of ook het aantal slachtoffers van ‘extreem weer’ toenam. En nu wordt het interessant: hoewel er veel vaker extreem weer is, daalt het aantal doden dat het veroorzaakt. En niet zo’n beetje ook. In de jaren twintig van de vorige eeuw stierven nog zo’n half miljoen per jaar mensen door extreem weer, in de jaren nul van deze eeuw waren het er gemiddeld nog zo’n 36.000 per jaar.

Betere bescherming

En dat zijn dan de absolute ‘aantallen’ doden. Als je kijkt naar de percentages, ofwel de ‘death rates’ (de sterftecijfers op de 100.000 mensen) dan is de daling nog een heel stuk scherper. Per miljoen mensen vielen in de jaren twintig nog 241 doden door natuurrampen, terwijl in de jaren nul per miljoen mensen er nog maar vijf omkwamen door natuurgeweld. Dat is een afname van maar liefst 98 procent.

Aantal dodelijke slachtoffers door natuurrampen 1900-2010. Bron: I.M. Goklany, EM-DAT

Die cijfers zijn bemoedigend. Terwijl ‘extreem weer’ toeneemt, daalt het aantal slachtoffers ervan. Goklany vermoedt dat dit te maken heeft met het feit dat wij steeds beter in staat zijn om ons tegen extreem weer te beschermen. We bouwen sterkere huizen, ontwikkelen betere waarschuwingsmechanismen, organiseren sneller evacuaties en bieden betere medische zorg ná een ramp.

Nederland

Ook hebben we beter preventieve maatregelen getroffen. Hoewel ook Nederland één van de heetste en droogste zomers ooit beleefde, vielen er niet opeens meer doden dan normaal. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) kon in haar cijfers tot en met begin augustus niet eens een klein piekje waarnemen. Daar voert het instituut twee redenen voor aan. Veel mensen die al waren verzwakt, waren afgelopen winter al overleden door de lange griepepidemie. En we wapenen ons steeds beter tegen de hitte. Ons ‘nationaal hitteplan’ -waarbij vooral bij oudere en verzwakte mensen voor extra drinken, ventilatie en zonwering wordt gezorgd- is daar een prachtig voorbeeld van.

Terug naar de vorige pagina

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten