Nederland maakt werk van Bangladesh

30203625362_9447f38875_z

Photo © World Bank/Dominique Chavez

De werkomstandigheden in kledingfabrieken in Bangladesh zijn het afgelopen jaar vooruit gegaan. Minder werknemers liepen letsel op, zwangere werknemers kregen betere zorg en het aantal arbeiders met ernstige honger nam af. Dat meldt het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken op haar website osresultaten.nl.

De kledingindustrie in Bangladesh is voor velen nog synoniem met het instorten van de Rana Plaza fabriek. Dit drama kostte in 2013 aan meer dan duizend mensen het leven. In de jaren daarna maakte Nederland werk van betere omstandigheden in kledingindustrie. Alle fabrieken die kleding exporteren kregen inspecteurs op bezoek. 1.290 fabrieken voerden daarna verbeterplannen uit. Deze fabrieken werden vervolgens onafhankelijk beoordeeld door het Better Work programma van de ILO.

Meer winst
In de deelnemende fabrieken gingen niet alleen de fabrieksarbeiders erop vooruit, ook de productiviteit en winst stegen fors. Dat was volgens de ILO vooral te danken aan de extra opleiding van vrouwelijke leidinggevenden. Doorgaans werden naaisters van de ene dag op de andere tot supervisor benoemd en in het diepe gegooid. In deelnemende fabrieken echter kregen zij een driedaagse Supervisory Skills Training. Ze oefenden in luisteren, communiceren, time management en werkverdeling. Daarnaast leerden ze over de rechten van werknemers en het aannemen van een professionele werkhouding. De productiviteit in hun teams verbeterde.

Wat heeft Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in 2016 bereikt? Het Ministerie van Buitenlandse Zaken presenteert de Nederlandse ontwikkelingsresultaten via de website osresultaten.nl. De rapportages zijn gebaseerd op informatie van de partners in ontwikkelingslanden met wie Nederland samenwerkt. In vier afleveringen licht World’s Best News komende weken de resultatenrapportage toe. Vandaag deel 3: private sector ontwikkeling.

217.000 banen
Bangladesh is één van de landen die Nederlands ontwikkelingsgeld krijgt voor het stimuleren van ondernemerschap en de werkgelegenheid. Nederland gaf daar vorig jaar 315 miljoen euro aan uit. Daarmee werden 5.650 bedrijven gesteund, 217.000 banen gecreëerd en de werkomstandigheden van 619.000 arbeiders verbeterd. Het geld ging zowel naar bedrijven in ontwikkelingslanden als naar Nederlandse bedrijven die er ondernemen of investeren.

Osresultaten geeft een indruk wat er met het geld voor ‘private sectorontwikkeling’ gebeurt. Zo krijgen boeren in ontwikkelingslanden hulp bij het verbouwen van exportgewassen als suiker, katoen, thee of cacao. In 2016 werden met Nederlandse steun 1,8 miljoen boeren getraind. Ze leerden moderne technieken zoals gemengde teelt en ze leerden efficiënter omgaan met zaden, chemicaliën en kunstmest. Suikerrietboeren in Pakistan hadden na hun training 27% minder kunstmest nodig. In India konden katoenboeren zelfs met 74% minder kunstmest toe.

Innovatie
Nederlands geld ging ook naar bedrijven en organisaties die nieuwe financiële diensten ontwikkelen voor de armsten. In 2016 werden 47 nieuwe financiële producten geïntroduceerd. Een voorbeeld is M-TIBA, een zorgkostenverzekering via de mobiele telefoon. Met een app kunnen mensen zelf geld sparen voor medische hulp. Wanneer ze ziek zijn, dan gaan ze naar een bij M-TIBA aangesloten kliniek. M-TIBA heeft alleen klinieken onder contract die voldoen aan hoge kwaliteitseisen. Nederland financierde de pilot van M-TIBA in Kenia. Sinds de lancering, medio 2016, schreven meer dan 920.000 mensen zich in voor deze financiële dienst.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Spring naar de toolbar