Opinie: zo kan toename zelfmoord worden afgeremd

Opinie door Ralf Bodelier

De Nederlandse overheid neemt haar verantwoordelijkheid voor het stijgend aantal zelfmoorden in ons land. Vorig jaar startten een aantal organisaties met overheidssubsidie de campagne ‘Zelfmoordpreventie 113’ en dat initiatief ziet er veelbelovend uit. Zo is niet alleen de website van 113 bijzonder goed opgezet, afgelopen mei waren er twee weken lang radiospotjes en onlineactiviteiten.

Bij World’s Best News schenken we per definitie aandacht aan de vooruitgang. Daarbij hebben we het goede nieuws voor het oprapen. Het leven van de meeste mensen wordt immers beter. We worden met zijn allen ouder, slimmer, gezonder, veiliger én gelukkiger.

Toch zijn er een aantal gebieden waarop we die vooruitgang niet zien. Soms gaat het beduidend slechter. Zelfmoord is zo’n terrein, want het aantal zelfdodingen neemt fors toe. Lezers van World’s Best News vragen zich af hoe bijvoorbeeld de toename van geluk te rijmen valt aan die toename in het aantal zelfmoorden?

Het eerlijke antwoord is: we weten het niet én we nemen beide ontwikkelingen serieus. Ja, de groep Nederlanders die zegt gelukkig en meer dan tevreden te zijn, is gestegen tot boven de 90 procent. En ja, het aantal Nederlanders dat een einde aan het leven maakt, is eveneens fors gestegen. Het klopt allebei. En de belangrijkste vraag is: hoe zorgen we ervoor dat dat laatste aantal weer afneemt?

Dat een oplopend aantal zelfmoorden valt terug te dringen leren we van Japan. Daar pleegden in 2003 meer dan 34 duizend mensen zelfmoord. Mede dankzij een zware inzet vanuit de overheid, zonk dat aantal tot minder dan 22 duizend in 2016, het laagste aantal sinds 1994. En wanneer het aan de Japanse overheid ligt, daalt het aantal zelfmoorden de komende tien jaar met nog eens 30 procent.

 

De harde cijfers

Gisteren meldde het Centraal Bureau voor Statistiek  dat het aantal Nederlanders dat zelfmoord pleegt is gestegen van 1500 in 2000 naar 1917 in 2007. Dat is een stijging van 417 zelfdodingen in 16 jaar tijd. Daarmee plegen op dit moment 20 keer meer mensen zélfmoord, dan mensen door anderen worden vérmoord. De grootste stijging vond plaats onder tieners. In 2016 benamen 48 tieners zich van het leven, in 2017 waren het er 81. Een daling vond plaats onder zowel 30ers als 60plussers, maar onder de streep stegen de aantallen. Nu zijn absolute aantallen niet de beste maatstaf om voor- of achteruitgang te meten. Wil je een goed beeld krijgen, dan moet je de aantallen verrekenen met de grootte van de bevolking. Vervolgens krijg je dan ‘naar rato-cijfers’. En die rato is dan x op de 100 duizend.

Way back, in 1970 maakten volgens het CBS 1049 Nederlanders een einde aan hun leven. Naar rato waren dat 11,1 mensen op de 100 duizend Nederlanders. In de loop van de jaren ’70 en begin jaren ’80  nam dat toe tot 14,4 mensen op de 100 duizend in 1984. Sinds de jaren ’40 pleegden nooit eerder zoveel Nederlanders zelfmoord als in 1984.

Vervolgens zette een daling in. In 2000 pleegden 9,9 op de 100 duizend Nederlanders zelfmoord. Die daling zette door tot in 2007, met 8,3 op de 100 duizend. Sinds dat jaar gaat het weer de verkeerde kant op. Vorig jaar, in 2017 vielen 1917 doden en dat waren er 12,7 op de 100 duizend, dezelfde rato als in 1986.

Binnen Europa neemt Nederland een middenpositie in. In Litouwen en Rusland bijvoorbeeld beroven bijna drie keer zoveel mensen zichzelf van het leven dan in Nederland. Ook in België gebeurt het heel wat vaker dan bij ons. Daarentegen plegen Nederlanders dubbel zo vaak zelfmoord als de Grieken.

Dat beeld wordt somberder wanneer we niet naar landen maar naar werelddelen kijken. Zowel in het arme Afrika als in de onrustige islamitische wereld komt zelfmoord veel minder voor dan in het rustige en welvarende Europa. Zo plegen in Nederland drie keer zoveel mensen zelfmoord als in het straatarme Malawi en zelfs zes keer zoveel als in het ellendige Syrië. [Op deze interactieve site van de WHO worden de zelfmoordcijfers in alle landen en continenten in beeld gebracht.] Er is dan ook geen ontkomen aan: we hebben een groot probleem.

 

Het grote waarom

De vraag waarom mensen zichzelf van het leven beroven, is lastig te beantwoorden, al was het maar omdat er zoveel individuele redenen zijn. Het Algemeen Dagblad inventariseerde gisteren alleen al 13 mogelijke redenen die de verdúbbeling onder jongeren tussen de 10 en 20 enigszins kunnen verklaren. Deze verklaringen variëren van de Netflixserie 13 reasons why, die jongeren op ideeën zou brengen, tot de grotere beschikbaarheid van zelfdodingsmiddelen op internet.

Uit onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat er grofweg drie groepen mensen zijn die een duidelijk risico lopen: de eerste groep bestaat uit mensen met zware psychische stoornissen en met een alcoholverslaving. Dit is niet alleen de grootste groep maar ook de moeilijkste om te helpen.

Een tweede groep zit in een langdurige crisis: het zijn mensen die zich uitgesloten voelen, die denken dat ze er niet meer toe doen. Het zijn bijvoorbeeld mensen die gediscrimineerd worden, waaronder vluchtelingen en migranten, maar ook seksuele minderheden als transgenders of  mensen in de gevangenis. Een derde groep is in een acute crisis beland: financiële problemen, ontslag, echtscheiding, problemen met hun ouders of met hun kinderen.

 

Wat te doen?

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zou je veel mensen uit die laatste twee groepen op anderen gedachten kunnen brengen. Want deze mensen willen niet per se dood. Voor hen is zelfmoord een mógelijke oplossing van de concrete problemen waar ze mee worstelen. Wat zij dus vooral willen, is verlost te worden van die problemen. Ze willen méédoen met de samenleving, ze willen erkenning en waardering, ze willen af van hun geldzorgen of werkloosheid. En wanneer voor deze problemen een betere oplossing wordt gevonden, dan stappen deze mensen af van het voornemen om zelfmoord te plegen.

Maar dan moeten er dus wél over worden gepraat.

Het belang van praten kan maar amper worden overschat. Onder deskundigen bestaat daar een vrij grote consensus over. En de eerst aangewezenen om een gesprek te starten zijn familie, vrienden en kennissen. Bij hen kaarten drie op de vier mensen hun problemen voor het eerst aan. Familieleden, vrienden en kennissen doen er goed aan die problemen serieus te nemen en er op door te vragen; ook wanneer ze vrezen dat ze dan iets horen wat ze liever niet willen weten: dat hun vriend, zoon of ouder niet langer wil leven.

Zo’n gesprek begint gewoon aan de eettafel of onder vrienden in de kroeg. Maar het moet ook worden gevoerd door hulpverleners met hun cliënten en docenten met hun leerlingen. Goede tips over de do’s en dont’s van zo’n gesprek, vind je op de website ‘Zelfmoord preventie 113’.

Hoe effectief gesprekken kunnen zijn, blijkt uit de aanpak van het hoge aantal zelfmoorden op de Golden Gate Bridge in San Francisco. Sinds die in 1937 werd geopend, sprongen er meer dan 1600 mensen vanaf. In 2007 werden overal op die brug telefoons opgehangen waarmee mensen met hulpverleners konden bellen. ‘There is hope, make the call’ staat op die telefoons. De gesprekken die via deze telefoons werden gevoerd, leidden inderdaad tot een daling van het aantal mensen dat van die brug afsprong.

 

Tien minuten zijn cruciaal

Omdat echter maar een minderheid van de potentiele zelfmoordenaars op de Golden Gate Bridge de telefoon pakt, wordt nu een 220 miljoen-dollar duur vangnet onder de hele 2,7 kilometer lange brug geïnstalleerd. Want naast praten blijkt ook het opwerpen van fysieke barrières een effectieve manier om mensen van zelfmoord af te houden.

We denken te vaak dat iemand die zelfmoord wil plegen, het hoe dan ook zal doen. Ook wanneer we hem of haar tijdelijk iets in de weg leggen, zoals opvang in een stalen net onder de Golden Gate Bridge. Die gedachte blijkt echter niet te kloppen. Uit vrij recent onderzoek blijkt dat het besluit om zelfmoord te plegen altijd tijdelijk is. Een acute zelfmoordgedachte, houdt doorgaans niet langer stand dan een klein uur. De helft van de mensen die zelfmoord plegen, nemen het besluit binnen tien minuten voor hun fatale daad. En tot het laatst zijn ze ambivalent over wat ze gaan doen.

Dat betekent dus ook dat ze tot het laatst van zelfmoord kunnen worden weerhouden. Volgens experts moeten we er dan ook alles aan doen om mensen geen snelle toegang te verschaffen tot dodelijke middelen. Dat betekent dat zelfmoord in de Verenigde Staten fors kan worden teruggedrongen door een verbod op wapens, dat je zelfmoord onder boeren terug kunt schroeven door hen minder pesticides op voorraad te laten houden. En dat hekken die ProRail sinds vorig jaar langs alle spoorlijnen plaatst, leiden tot een afname van zeventig zelfmoorden per jaar. Dit inzicht zou ertoe moeten leiden dat er meer barrières moeten worden opgeworpen tegen de snelle aankoop van zelfmoordmiddelen via internet.

 

Media en overheid

1917 zelfdodingen in 2017 is een schokkend cijfer, temeer omdat maar weinig Nederlanders zo’n hoog aantal verwachten. Elke móórd wordt in de media breed uitgemeten, over zélfmoord wordt gezwegen. Daar valt iets voor te zeggen, want kopieergedrag is een van de vele redenen waarom mensen de hand aan zichzelf slaan. Journalisten zijn dan ook bang om mensen op ideeën brengen. Wat dat betreft zijn de media te prijzen, omdat ze hier duidelijk hun verantwoordelijkheid te nemen.

En toch zouden wij, journalisten, onze terughoudendheid nog eens moeten overdenken. Omdat we zwijgen, is er ook weinig aandacht voor het verschijnsel. Het is aan ons, om dat zwijgen te verbreken. Wat we moeten blijven doen, is terughoudend berichten over concrete zelfmoorden. Daarentegen kunnen we het onderwerp in algemene zin weer prominent op de agenda zetten. Journalisten moeten de cijfers laten zien, berichten  over de achtergrond van zelfmoord en over signalen waaraan we gedachten over zelfmoord herkennen. Ook kunnen journalisten mensen handreikingen geven over hoe te luisteren en gesprekken aan te gaan.

Ook ligt hier een belangrijke taak voor de overheid. Tegen het einde van het jaar voert die groots campagne voor veiliger vuurwerk, terwijl het aantal mensen dat blind wordt aan één oog doorgaans onder de vijftien ligt. Zo’n waarschuwingsactie moet toch ook kunnen voor dit vele malen grotere probleem van zelfmoord? Dat de Nederlandse overheid met subsidie voor de 113-campagne haar verantwoordelijkheid neemt voor het stijgend aantal zelfmoorden in ons land, is dan ook toe te juichen. Maar een website en twee weken aandacht is te weinig. Het moet allemaal veel en veel omvangrijker. Daarvoor is het probleem simpelweg te groot.

Denk je wel eens aan zelfmoord? Heb jij hulp nodig? Neem dan contact op met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900 0113 (24/7 bereikbaar) en 113.nl

Terug naar de vorige pagina

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten