Tien redenen om Wereldgezondheidsdag te vieren

Nog geen kwart van de Nederlanders weet dat we wereldwijd de afgelopen tien jaar een stuk gezonder zijn geworden, zo blijkt uit onderzoek van Motivaction. En dat is ook niet zo gek. We lezen en horen dagelijks over ziektes als tuberculose, aids en malaria die moeilijk te bestrijden zijn en de kop weer opsteken. Toch is de realiteit een stuk rooskleuriger, constateert journaliste Marianne Lamers op Wereldgezondheidsdag (7 april). Zeker op het gebied van gezondheid boekten we wereldwijd een enorme vooruitgang.

  1. Steeds meer mensen hebben toegang tot goede en betaalbare zorg

‘Gezondheid voor iedereen’ is de slogan van Wereldgezondheidsdag dit jaar. Daarin zijn we goed op weg. Bijna 4 miljard mensen zijn inmiddels gegarandeerd van een goede toegang tot een gedegen dokterspost in de buurt en tot preventieve vaccinaties tegen ziektes als polio, mazelen en tuberculose. Bovendien hebben zij altijd goede, betaalbare medicijnen tot hun beschikking. In de toegang tot goede en betaalbare zorg worden enorme stappen gezet.

Een paar voorbeelden: in Kenia kon zich in 2006 nog helemaal niemand verzekeren. Vandaag heeft meer dan de helft van alle Kenianen een zorgverzekering. In Mexico steeg het aantal mensen met een gezondheidszorgverzekering verder van 48 naar 72 procent. In Ethiopië ging het percentage omhoog van 11 % in 2006 naar 68% in 2011 en in Vietnam steeg het percentage verzekerden van 28% naar 63%. Nog vóór 2030 wil de Wereldgezondheidsorganisatie WHO voor iedereen ter wereld een gezondheidszorgverzekering regelen. Het is een klus die is vastgelegd in de ‘Duurzame Ontwikkelingsdoelen’ van de Verenigde Naties.

Trends in toegang tot gezondheidsservices wereldwijd 2000-2016. Indicatoren zijn onder meer het percentage mensen dat muskietennetten gebruikt, hiv-patiënten die medicijnen krijgen, mensen met verbeterd sanitair, of de opsporing en behandeling van tuberculose. Bron: Wereldbank

  1. Betere toegang tot veilig drinkwater

2,6 miljard mensen kregen de afgelopen kwarteeuw toegang tot veilig drinkwater. Anno 2018 beschikt meer dan negentig procent van de wereldbevolking over water uit schone pijpleidingen en putten. Veilig water redde de afgelopen jaren niet alleen heel veel levens, maar had volgens de WHO ook een enorme impact op de economische groei van een land. Bovendien levert schoon water een grote bijdrage aan armoedebestrijding.

  1. Meer mensen kunnen naar een wc

De afgelopen 25 jaar kregen maar liefst 2,1 miljard mensen toegang tot sanitaire voorzieningen. Ook dat is uitstekend nieuws. Maar ook al daalde het aantal mensen zonder toilet van 4,5 miljard in 1990 tot 2,4 miljard in 2016, daarmee zit nog steeds een derde van de wereldbevolking zónder sanitaire voorzieningen. Dat is niet alleen vervelend, het is ook ongezond en gevaarlijk. Volgens schatting van de WHO sterven wereldwijd bijna 600.000 mensen per jaar omdat ze niet beschikken over een wc.

  1. 663 miljoen keer malaria voorkomen

De afgelopen vijftien jaar werd bij maar liefst bij 663 miljoen Afrikanen malaria voorkomen. Daardoor daalde het aantal mensen dat overlijdt aan malaria met bijna de helft. In 2000 stierven nog 839.000 mensen aan malaria, in 2015 waren dat er 438.000. Deze vooruitgang werd grotendeels geboekt door het verkopen en uitdelen van muskietennetten. Maar ook een vroege diagnose, het sproeien met insecticide, het droogleggen van broedplaatsen van de malariamug en het op tijd verstrekken van medicijnen drongen de ziekte terug.

  1. Minder doden door aids

Stierven er in 2005 nog twee miljoen mensen aan aids, inmiddels staat dat aantal op 1 miljoen. Van de 37 miljoen mensen die met een hiv-infectie rondlopen, beschikken nu 19,5 miljoen mensen over levensreddende medicijnen. In 2000 waren dit er nog maar 700.000. Wederom zijn we er nog lang niet. Ook al dalen de cijfers, dagelijks sterven nog steeds 3000 mensen aan aids. ‘Het einde van aids’ is nog geen gelopen race.

  1. Vaccinaties redden miljoenen levens

Vaccinaties hebben een enorme impact op de gezondheid van mensen wereldwijd. Alleen al het vaccineren van kinderen tegen ziektes als difterie, tetanus en kinkhoest redde miljoenen levens. Was in 1960 nog vrijwel niemand gevaccineerd tegen deze ziektes, op dit moment is 86% van alle kinderen hiertegen gevaccineerd. Hoe effectief vaccineren is, blijkt wel uit de zakkende kindersterftecijfers van de afgelopen 25 jaar. Samen met betere medische zorg, meer toegang tot schoon drinkwater en een afname van honger en armoede zorgen vaccinaties voor een enorme daling van het aantal kinderen dat op jonge leeftijd overlijdt. Dat is meer dan gehalveerd: stierven in 1990 nog 90 van de duizend kinderen voor hun vijfde verjaardag, in 2015 waren dit er 43 per duizend.

  1. Aantal doden door mazelen met tachtig procent gedaald

Een ziekte die behoorlijk werd ingedamd door vaccinaties is mazelen, één van de meest besmettelijke ziekten die er bestaan. Mazelen was in 1980 nog de oorzaak van 2,6 miljoen doden per jaar. In 2015 stierven nog 134 duizend kinderen aan de ziekte. Dat was een daling van bijna tachtig procent. ‘Het is geen mission impossible om de mazelen tot de geschiedenis te laten behoren’, zegt Robin Nandy, directeur vaccinatie van Unicef: ‘Wij hebben de middelen en de kennis om het te doen. Wat we missen is de politieke wil om elk kind te bereiken, hoe veraf het ook mag wonen. Zonder deze inzet, zullen kinderen blijven sterven door een ziekte die goedkoop is te genezen en gemakkelijk is om te voorkomen.’

  1. Bijna een kwart minder doden door tuberculose

Ook de strijd tegen tuberculose werpt haar vruchten af: dankzij succesvolle vaccinatiecampagnes stierven tussen 2000 en 2015 49 miljoen mensen níet aan de gevolgen van deze dodelijke ziekte. Het aantal mensen dat overleed aan tuberculose daalde in deze periode met 22%. Vooral degenen met een verzwakt immuunsysteem zoals hiv-positieve mensen lopen het risico op tuberculose. Gelukkig daalde ook het aantal tuberculose-gerelateerde sterfgevallen onder mensen met hiv sinds 2004 met 36 procent.

  1. Polio bijna uitgeroeid

Net als pokken (al uitgeroeid) en de drakenziekte (bijna), lijkt nu ook het einde van polio nabij. In 1988 kwamen er ieder jaar nog 350.000 nieuwe gevallen van polio bij, een vreselijke ziekte die bij kinderen verlamming in de benen of armen veroorzaakt. Dat gebeurde voornamelijk in ontwikkelingslanden; in een land als de Verenigde Staten werd polio al uitgeroeid in de jaren zeventig. Maar ook voor de Derde Wereld gloort nu licht aan de horizon: wereldwijd werden in 2017 geen 350.000, maar nog 22 gevallen van polio geteld. Met de extra inzet van de internationale én lokale gemeenschap zou 2018 wel eens de boeken in kunnen gaan als het jaar waarin het laatste poliogeval voorkwam.

  1. We worden ouder

Het meest overtuigende bewijs dat de mens steeds gezonder wordt (en in een veiligere en rijkere wereld leeft), is onze stijgende levensverwachting. In Afrika steeg die het snelst: tussen 2000 en 2015 met meer dan negen jaar tot gemiddeld zestig jaar nu. In Nederland ligt de gemiddelde levensverwachting inmiddels op 82 jaar, wereldwijd is dat 71 jaar. Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van de 31 jaar die we in 1900 nog werden.