Bijna -maar nog niet helemaal- vinden we homo’s en transgenders normaal

De opvattingen van Nederlanders over homo’s en transgenders veranderen ten positieve. En dat is mooi nieuws op de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie (17 mei).

Door Marianne Lamers

In 2006 was iets meer dan de helft van de Nederlanders positief over homo- en biseksualiteit, nu is dat gestegen tot bijna driekwart. Toegegeven: een op de twintig Nederlanders denkt nog steeds negatief over homo’s en biseksuelen. Maar in 2006 was dat nog een op de zés. Dit blijkt uit ‘Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa’ die vandaag verschijnt.

Homofobe Russen

Nederlanders denken in vergelijking met andere Europese landen vrij positief over homoseksualiteit. Zo schaamt slechts één op de vijftig Nederlanders zich voor een homoseksueel familielid. In Frankrijk is dat een op de tien, in Zwitserland een op de vier, in Polen een op de drie, terwijl in Rusland twee-derde grote moeite heeft met homoseksualiteit in de familie.

Zoenende mannen

Ook over mensen die van geslacht veranderen of die niet gemakkelijk in een hokje te plaatsen zijn, worden in Nederland de opvattingen positiever. En dat geldt ook voor, bijvoorbeeld, religieuze mensen die van oudsher weinig van seksuele minderheden moeten hebben.

Nederland, waar homostellen in 2001 als eerste ter wereld met elkaar in de echt verbonden konden worden, doet het nog steeds goed wanneer het gaat om rechten voor homo’s en transgenders. Zo is discriminatie van transgenders en mensen met een ‘intersekse conditie’ nu verboden in Nederland via het verbod van discriminatie op grond van geslacht. Wereldwijd valt er natuurlijk nog heel wat te winnen. Homoseksuelen in landen als Oeganda of Saudi-Arabië kunnen er op dit moment alleen nog maar van dromen om met elkaar te trouwen.

Vooruitgang

Toch wordt wereldwijd vooruitgang geboekt in de strijd voor gelijke rechten. Homostellen in 26 landen ter wereld kunnen inmiddels trouwen met elkaar. In 2001 kon dit in geen enkel land ter wereld. In Europa gaat die vooruitgang het snelst: meer dan de helft van die landen ligt op het Europese continent.

Toch zijn we er nog lang niet. Zo ervaren we onderling zoenende mannen of vrouwen in de openbare ruimte vaker als aanstootgevend dan niet-homoseksuele stelletjes. Ook vindt één op de vijf Nederlanders dat er ‘iets mis’ is met mensen die zich geen man of vrouw voelen.