Waarom we liever slecht dan goed nieuws lezen

Hij roept het al jaren: ‘Het leven wordt steeds beter. We zijn rijker, gezonder, gelukkiger en veiliger dan alle generaties voor ons.’ En toch zijn er bijzonder weinig mensen die dit weten, of beter nog: geloven. Matt Ridley, voormalig wetenschapsredacteur en correspondent voor The Economist en de auteur van de klassieker ‘De rationele optimist’, legt in The Wall Street Journal vandaag nog eens even zeer helder en to the point uit waarom we met zijn allen toch liever slecht dan goed nieuws lezen. Hoezo is het cool om somber te zijn? En wat is het toch met die ‘keerpuntziekte’ van ons?

‘Extreme armoede is de afgelopen twintig jaar bijna gehalveerd. En toch is er bijna niemand die dat weet. Volgens onderzoek is het ‘cool’ om pessimistisch te zijn.

Is het percentage van de wereldbevolking dat in extreme armoede leeft de afgelopen twintig jaar bijna verdubbeld, bijna gehalveerd of hetzelfde gebleven? Toen de Zweedse statisticus en deskundige op het gebied van de volksgezondheid Hans Rosling in 2013 die vraag aan mensen stelde, was hij verbijsterd door hun antwoorden. Slechts vijf procent van 1005 Amerikanen hadden het goede antwoord: extreme armoede is bijna gehalveerd. Chimpansees zouden het veel beter hebben gedaan door willekeurig antwoorden eruit te pikken. De mensen zijn minder dan onwetend: ze denken veel onheilspellende dingen over de wereld te weten die gewoon niet waar zijn.

Voor zijn te vroege dood vorig jaar publiceerde Rosling (met zijn zoon en schoondochter als co-auteurs) een fantastisch boek dat de strijd aanbond met een dergelijk reflexief pessimisme. De titel spreekt voor zich: Factfulness: Ten Reasons We’re Wrong About the World – and Why Things Are Better Than You Think. Als auteur van een boek met de titel The Rational Optimist prijs ik mij gelukkig dat ik me tot hun kamp mag rekenen, waartoe ook schrijvers behoren zoals Steven Pinker, Bjorn Lomborg, Michael Shermer en Gregg Easterbrook.

Voor ons, de New Optimists, is het echter een moeilijke strijd. Hoe overtuigend ons bewijs ook is, we stuiten automatisch op ongeloof en zelfs op vijandigheid, alsof het benadrukken van het positieve als gevoelloos wordt ervaren. Mensen hechten aan pessimisme ten aanzien van de toestand van de wereld. John Stuart Mill vatte deze neiging al in 1828 heel mooi samen: ‘Ik constateer dat niet de man die hoopt terwijl anderen wanhopen door een groot deel van de bevolking wordt bewonderd als een wijs man, maar de man die wanhoopt terwijl anderen hopen.’ Het is cool om somber te zijn.

Onderzoek toont steeds weer aan dat mensen in ontwikkelde samenlevingen de neiging vertonen pessimistisch te zijn over hun land en de wereld maar optimistisch over hun eigen leven. Ze verwachten meer te gaan verdienen en langer dan gemiddeld getrouwd te   blijven. De Eurobarometer laat zien dat Europeanen hun eigen economisch perspectief twee keer zo vaak positief als negatief inschatten, terwijl ze het economisch perspectief van hun land eerder negatief dan positief ach ten. De psycholoog Martin Seligman van de University of Pennsylvania voert hier een reden voor aan: We denken dat we ons eigen lot beter kunnen sturen dan dat van een grotere gemeenschap.

Er zijn absoluut vele redenen om bezorgd te zijn over onze huidige wereld, van terrorisme tot obesitas tot milieuproblemen, maar het hardnekkige pessimisme over onze planeet behoeft wel een verklaring die verder reikt dan de feiten zelf. Hieronder enkele suggesties.

Slecht nieuws komt onverwachts, goed nieuws presenteert zich geleidelijk. Daarom is slecht nieuws nieuwswaardig. Oorlogen, bombardementen, ongelukken, moorden, noodweer, overstromingen, schandalen en allerlei rampen domineren het nieuws. ‘Bloed verkoopt’ zeggen ze in de krantenwereld. Daarentegen haalt de geleidelijke daling van de armoede zelden de voorpagina’s. Zoals Rosling het formuleert: ‘In de media accentueren “nieuwswaardige” gebeurtenissen het ongewone en leggen de nadruk op snelle veranderingen.’

Psychologen noemen dat de ‘beschikbaarheids heuristiek’, een gril van de menselijke cognitie die in de jaren zeventig voor het eerst is beschreven door Amos Tversky en Daniel Kahneman. Mensen overschatten over het algemeen het aantal misdaden, omdat de misdaad onevenredig het nieuws domineert. Incidenteel geweld haalt het nieuws omdat het zeldzaam is, terwijl alledaagse vriendelijkheid het nieuws niet haalt omdat die zo algemeen is.

Slecht nieuws is meestal belangrijk, goed nieuws vaak niet. In de prehistorie was het verstandiger om je druk te maken om gevaren – dat kan mede voorkomen dat je wordt gedood door een leeuw – dan om successen te vieren. Misschien hebben mensen daarom een ‘negativiteitsfout’. In een paper van 2014 onderzochten wetenschappers aan de McGill University welk nieuwsartikel hun proefpersonen uitkozen om te lezen voor wat ze dachten dat een eye-tracking experiment was. Het blijkt dat zelfs als mensen zeggen dat ze meer goed nieuws willen, ze meer geïnteresseerd zijn in slecht nieuws: ‘Ongeacht wat deelnemers zeggen, vertonen ze een voorkeur voor nieuws met een negatieve inhoud,’ concludeerden de auteurs Mark Trussler en Stuart Soroka.

Mensen denken in relatieve niet in absolute termen. Belangrijk is hoe goed het met je gaat in verhouding tot andere mensen, want dat bepaalde in het stenen tijdperk wie succesvol was in de strijd om hulpbronnen (en partners). Als je te horen krijgt dat anderen het goed doen is dat dus een vorm van slecht nieuws. Als de omstandigheden verbeteren, beschouwen mensen die verbeteringen als vanzelfsprekend en stellen ze hun verwachtingen bij.

Dergelijk relativerend gedrag heeft zelfs invloed op onze intiemste relaties. Een briljant onderzoek uit 2016 door David Buss en collega’s aan de Unversity of Texas in Austin ontdekte ‘dat deelnemers met een lagere mate value dan hun partner over het algemeen tevreden waren ongeacht de pool van potentiële partners; deelnemers met een hogere mate value dan hun partner raakten steeds ontevredener over hun relatie als er alternatieve partners beschikbaar kwamen.’ Ai.

Als het beter gaat met de wereld, breiden mensen hun definitie van slecht nieuws uit. Deze recente bevinding door Harvard-psychologen David Levari en Daniel Gilbert, bekend als de ‘prevalence-induced concept change’ luidt dat hoe zeldzamer iets wordt, hoe ruimer we het concept herdefiniëren. Ze ontdekten in een expe-riment dat hoe zeldzamer ze blauwe stippen maakten, hoe meer mensen geneigd waren om paarse stippen blauw te noemen, en hoe zeldzamer ze bedreigende gezichten maakten, hoe meer mensen geneigd waren een gezicht als bedreigend te omschrijven. ‘Van kleurperceptie tot ethische oordelen: perceptuele en oordelende standaarden hebben sterk de neiging te verschuiven waar ze dat eigenlijk niet zouden moeten doen’, schrijven ze.

Neem nu vliegreizen: Vliegtuigcrashes komen steeds minder voor – 2017 was het eerste jaar waarin geen enkel commercieel passagiersvliegtuig crashte, ondanks vier miljard vliegtuigpassagiers – maar van elke nieuwe crash wordt veel uitgebreider verslag gedaan. Veel mensen beschouwen vliegtuigen nog steeds als een gevaarlijke vorm van vervoer. We zijn zelfs in staat om te piekeren over de overvloed aan welvaart, zoals ‘Weird Al’ Yankovic benadrukt in zijn ingenieuze nummer ‘First World Problems’: ‘The thread count on these cotton sheets has got me itching / My house is so big I can’t get Wi-Fi in the kitchen’ (De draaddichtheid van deze katoenen lakens laat het overal jeuken/ mijn huis is zo groot dat ik geen wifi heb in de keuken).

Sheena Iyengar van de Columbia Business School werd een TED-ster voor haar onderzoek naar de slopende moderne ziekte die bekend staat onder de naam als het ‘overdaad-aan-keuzes-syndroom’ – dat wil zeggen dat je verlamd raakt doordat je moet kiezen uit bijvoorbeeld tientallen soorten olijfolie of jam die in de supermarkt te koop zijn. Noord-Koreanen, Syriërs, Congolezen en Haïtianen hebben over het algemeen belangrijkere dingen aan hun hoofd om zich zorgen over te maken.

Er is een tendens om de goede dingen uit het verleden te onthouden en de slechte dingen te vergeten, een fenomeen dat het ‘reminiscentie-effect’ wordt genoemd: mensen hebben rooskleurige herinneringen aan hun jeugdjaren, hoe die in werkelijkheid ook waren. Ook hebben belangengroepen er baat bij om slecht nieuws te verkopen in ruil voor donaties.

Ten slotte is er iets wat ik de ‘keerpuntziekte’ noem. Dat is de tendens om te denken dat in het verleden alles beter werd, maar dat dat in de toekomst niet meer zal gebeuren, omdat we op een keerpunt in de geschiedenis staan. Het klopt inderdaad, zoals effectenmakelaars graag zeggen, dat resultaten in het verleden geen garantie voor de toekomst bieden. Maar zoals de historicus Lord Macaulay bijna twee eeuwen geleden al schreef: ‘Op basis van welk principe denkt men dat terwijl in het verleden alles beter werd, we van de toekomst alleen maar verslechtering kunnen verwachten?’

Dus kop op, het gaat beter met de wereld dan u denkt.’

Terug naar de vorige pagina

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten