Honger en armoede

  • Tussen 1965 en 2015 verdúbbelde de wereldbevolking en halvéérde het aantal mensen met honger.
  • In 1991 was 23,2 procent van de wereldbevolking ondervoed.
    In 2011 was dat percentage gedaald tot 14,9 procent.
    [Waarmee overigens nog 795 miljoen mensen wereldwijd, één op de negen, lijden onder honger en ondervoeding.]
  • Wereldwijde armoede nam tussen 1965 en 2015 sneller af dan in de 500 jaar daarvoor.
  • Het aantal ‘lage inkomenslanden’ halveerde sinds 1994. Toen waren er nog 64, in 2014 waren het er 33.
    In 1994 woonden nog 3,1 miljard mensen in deze 64 ‘lage inkomenslanden’.
    In 2015 woonden 613 miljoen mensen in 33 ‘lage inkomenslanden’.
    Onder de landen die niet langer tot de allerarmste worden gerekend, zijn onder meer Bangladesh,
    Burma, Kenya en Tajikistan.
    Van de 33 lage inkomenslanden liggen er vier buiten Afrika: dat zijn Afghanistan, Cambodja, Haïti en Nepal.
  • Volgens de Wereldbank is Vietnam het land dat zich de afgelopen 25 jaar het snelst ontwikkelde.
    Althans wanneer je dat meet aan de economische groei per hoofd van de bevolking.
    In 1990 had de gemiddelde Vietnamees nog 130 dollar te besteden, in 2015 waren dat 1.890 dollar.
  • Jaarlijks is niet meer dan 3,2 miljard dollar nodig om alle 66 miljoen hongerige schoolkinderen
    van fatsoenlijke maaltijden te voorzien.
    [Ter vergelijk: 3.2 miljard dollar is het bedrag dat Google neerteldevoor de overname van
    Nest, producent van slimme thermostaten.]
Spring naar de toolbar