Honger en armoede

Extreme armoede: sinds 1990 zakt het aantal mensen in extreme armoede fors. En die daling gaat steeds sneller. In 2013 leefden 767 miljoen mensen, 10,7 procent van de wereldbevolking van minder dan 1,90 dollar per dag. In 1990 waren dat nog bijna 1,9 miljard mensen. Een daling van 1,1 miljard. Van 2012 tot 2013 ontsnapten 100 miljoen mensen uit de extreme armoede, de grootste daling ooit gemeten.

Honger en ondervoeding: net als extreme armoede, daalt ook het aantal hongerige mensen wereldwijd. In 1990 was 1 miljard mensen ondervoed, in 2014 waren dat er 794 miljoen. In percentages daalde ondervoeding van 18,6 procent naar 10,9 procent.

Lage inkomenslanden. Het aantal ‘lage inkomenslanden’ (volgens de politiek correcte omschrijving van ‘ontwikkelingslanden’) halveerde in de periode 1999-2014. In 1994 waren er volgens de Wereldbank nog 64 lage inkomens landen (met 3.1 miljard inwoners), in 2014 waren dat er nog 31 (met 613 miljoen inwoners). Van de 33 lage inkomenslanden liggen er maar vier buiten Afrika: dat zijn Afghanistan, Cambodja, Haïti en Nepal.

Snelle ontwikkeling: van alle ontwikkelingslanden is Vietnam het land waar het jaarlijkse inkomen per hoofd van de bevolking het snelst is toegenomen. In 1990 had de gemiddelde Vietnamees jaarlijks gemiddeld 130 dollar te besteden, in 2015 was dit bedrag al toegenomen tot 1.890 dollar.

Schoolmaaltijden: Volgens het World Food Program van de VN is jaarlijks niet meer dan 3,2 miljard dollar nodig om alle 66 miljoen hongerige schoolkinderen wereldwijd van fatsoenlijke maaltijden te voorzien. Ter vergelijk: 3.2 miljard dollar is het bedrag dat Google neertelde voor de overname van Nest, de producent van slimme thermostaten.

Spring naar de toolbar