Zo gaan verstedelijking en vergroening samen

otters_in_city-budak_via_flickr

Toen vorig jaar juli een familie van tien gezonde otters opdook in een park in hartje Singapore, stond de miljoenenstad op zijn kop. Wie had ooit gedacht dat otters zich thuis zouden gaan voelen in een drukke en volgepakte stad als Singapore? Sterker nog, otters leken voor eeuwig verdwenen toen Singapore in de jaren zeventig in rap tempo veranderde in de huidige metropool.

Investeren in groen
Het is mogelijk dat de komst van de otters een toevalstreffer is; de uitzondering op de regel. Want beton en groen, zo denken de meeste mensen, gaan nu eenmaal niet samen. Toch valt daar wat op af te dingen. Zo verdubbelde van 1986 tot 2010 de bevolking van Singapore van 2,7 tot 5 miljoen mensen, terwijl tegelijkertijd ook het groen in de stad toenam van 36 tot 50 procent.

Dat gebeurde overigens niet vanzelf. Singapore investeerde fors in bomen, parken en irrigatie. Al hadden zelfs de ecologen die de vergroening vorm gaven niet verwacht dat een volledige otterfamilie zich in het centrum zou vestigen.

Mexico
Singapore is niet het enige voorbeeld van een even snel groeiende als vergroenende stad. Ook in Mexico City worden nu forse stappen gezet. In de vroege jaren ’90 benoemden de Verenigde Naties de luchtkwaliteit van Mexico City als de slechtste in de wereld. Vervolgens nam het stadsbestuur een serie ingrijpende maatregelen. Oude auto’s werden verboden, alleen lood-vrije benzine werd nog toegestaan, stadsbussen schakelden over op aardgas, het netwerk van treinen en stadsbussen werd fors uitgebreid.

Hoewel de stad er volgens de VN nog lang niet is, daalde de concentratie lood in de lucht (verantwoordelijk voor aantasting van de hersens van kinderen) met 90 procent. Zwaveldioxide (verantwoordelijk voor ziektes aan de luchtwegen) met 91 procent. De maatregelen werpen hun vruchten af. De gezondheid van de stadsbewoners gaat weer vooruit.

Tuinsteden
Het is niet nieuw, wat Singapore en Mexico City doen. Honderd jaar geleden werden in Engeland en Nederland de eerste ‘tuinsteden’ en ‘tuindorpen’ ontworpen. Intensieve bebouwing, zo was de gedachte, kan en moet worden doorkruist en omsingeld door groene zones.

Elders legden grote steden publieke parken aan, waaronder het Bois de Boulogne in Parijs en Hyde Park in Londen. Het meest beroemde ontwerp is natuurlijk het immense Central Park in New York. Op 2,8 vierkante kilometer in het duurste stuk grond van de stad staan geen kantoren, maar een half miljoen bomen en struiken waaronder jaarlijks 25 miljoen mensen wandelen, skaten of op een bankje zitten kletsen.

Uitdagingen
Niet overal lukt het om stedelijke bebouwing samen te brengen met groene voorzieningen. In groeisteden als Dakar (Senegal) Addis Abeba (Ethiopië) of Kumasi (Ghana) is vrijwel geen groen meer te bekennen, terwijl ook problemen met vervuiling en de verwerking van afval  blijven groeien.

Tegelijkertijd ontstaat overal ter wereld het besef dat groen en schoon meer is dan pure luxe. Groene, schone en gezonde steden zijn niet alleen weerbaarder tegen natuurrampen en extreem weer, ze bieden hun bewoners ook meer kansen om te recreëren en -letterlijk- op adem te komen. Groene steden bevorderen niet alleen het welzijn van hun bewoners, ze zorgen ook voor schoner water en schonere lucht, en absorberen meer CO2.

[Voor dit artikel is gebruik gemaakt van een ‘Sustainable City Blog‘ op de website van de Wereldbank en het rapport ‘Greening Africa’s Cities‘, eveneens van de Wereldbank]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Spring naar de toolbar